Steven Djohan: Plasterk zet gemeentes in de digitale kou, tijd voor een eigen BIT?

Grandioze kostenposten in Almere, IT-puinhopen in Amsterdam, beveiligingsproblemen in Rotterdam. Binnen gemeentes en provincies lijken onnodige budgetoverschrijdingen en mislukte planningen van IT-projecten, maar ook onvoldoende beheersing en kennis van IT aan de orde van de dag. Verbazingwekkend? Nee, dat niet. Al geruime tijd geven gemeenten en provincies aan te worstelen met grote IT-vraagstukken. IT-projecten zijn complex, samenwerking met marktpartijen is lastig en in aanbestedingen zijn individuele inkopers van gemeenten niet altijd opgewassen tegen hele bid- en verkoopteams van leveranciers.

 

Toen Commissie Elias zich enkele jaren geleden boog over de mislukte IT-projecten van de Nederlandse overheid was één van de aanbevelingen de inrichting van het Bureau ICT-toetsing projecten (BIT). Omdat de inzichten en lessen uit de Commissie Elias ook op lokaal niveau van toepassing zijn hebben gemeenten daarom gevraagd of het BIT ook hun projecten mag evalueren. Volgens minister Plasterk kan dit echter niet: het BIT een voorziening ‘die binnen het Rijk is ingericht ten behoeve het toetsen van grote, risicovolle ICT-projecten van de ministeries en publiekrechtelijke zelfstandige bestuursorganen’.

 

Flauwe reactie van het Rijk

Het is begrijpelijk en goed dat gemeenten bij grote trajecten denken aan een advies van een BIT. Het BIT hoort voor gemeenten en provincies geen wondermiddel of einddoel te zijn, maar staat voor het kunnen inzetten van deskundig onafhankelijk advies over grote IT-projecten. Een BIT zorgt voor kritische reflectie en de blik van buiten. Adviezen helpen zowel de ambtelijke organisatie, het college evenals de gemeenteraad van een stad.

 

Het argument van Plasterk dat het BIT alleen bedoeld is voor de projecten van het Rijk is daarom nogal flauw. De grote IT projecten van het Rijk hebben vrijwel altijd aansluiting met gemeenten of andere actoren buiten het Rijk. Denk hierbij aan het dramatisch verlopen Basisregistratie Personen traject, maar ook de ambities van het Rijk voor de Digitale Agenda en digitale dienstverlening aan de burger. Het is naïef te denken dat dergelijke projecten lokaal af te kaderen zijn. Daarnaast ontneemt een BIT de verantwoordelijkheid van gemeenten voor hun eigen IT en IT-projecten niet; kortom afschuiven van problemen en verantwoordelijkheden naar een BIT is en blijft voor gemeenten geen optie.

Zelf doen?

Nu het Rijk jammer genoeg de handschoen niet oppakt voorzien wij een rol voor de VNG, G32 en/of G4 om de mogelijkheden rond een eigen BIT te verkennen. Gemeentes hebben in het verleden vaker succesvolle zaken van het Rijk overgenomen zoals eigen rekenkamers en rekenkamercommissies, regelingen voor grote en/of risicovolle projecten, instellingen van CIO’s, dus ook nu kan een gemeentelijke BIT worden ingesteld.

 

Met een landelijk voorbeeld om op terug te vallen is de realisatie van een BIT niet bijster ingewikkeld. Op voorspraak van de VNG, G32 of G4 kan op korte termijn samenwerking worden gezocht met gemeenten die met vergelijkbare vraagstukken zitten voor grote IT-projecten. Een volgende stap is het zorg dragen voor draagvlak en besluitvorming bij betrokken actoren: de gemeenteraad, college van B&W en de ambtelijke organisatie over de inrichting en financiering van een BIT. Tenslotte dienen onafhankelijke experts te worden betrokken om plaats te nemen in een gemeentelijke BIT.

 

Indien de noodzaak breed genoeg gevoeld wordt zouden op korte termijn al de eerste IT-projecten door de gemeentelijke BIT kunnen doorgelicht. Een dergelijk traject zorgt ervoor dat op casusbasis bij wordt gedragen aan betere beheersing van grote gemeentelijke ICT-projecten. Door goede samenwerkingen en scherpte voordat nieuwe projecten worden gestart moet het toch mogelijk zijn hiermee een lange neus naar Den Haag te maken.

 

Steven Djohan was projectleider van het extern onderzoek voor de Commissie Elias en in dat kader onderzocht hij 7 grote ICT-projecten bij de Rijksoverheid. Anouk Vos is Cyber / Innovation lead voor Revnext en heeft diverse IT evaluatieonderzoeken gevoerd